Vrouwen in Deir el-Medina

Merit leefde in het dorp Deir el-Medina rond 1400 v.Chr. Ze was getrouwd met Kha, hoofd van de voormannen en later architect van de koningsgraven. Zelf werd ze ‘meesteres van het huis’ genoemd. We weten veel over Kha en Merit omdat hun ongeschonden graf in 1906 is teruggevonden door de archeoloog Ernesto Schiaparelli. De grafinhoud bevindt zich momenteel in het Egyptisch Museum in Turijn.

Van Merit is een dodenmasker bewaard gebleven versierd met gekleurd glas en bladgoud. Ze lag in een kist bedekt met bladgoud waar de naam van haar man op stond, maar die voor Merit is gebruikt. Uit CT-scans blijkt dat Kha 1,70 m was met een ietwat grote neus, en Merit 1,57 met een lange pruik. Ze was tussen de 30-40 jaar oud en leidde een luxe leven. Ze had geen chronische ziektes en is mogelijk onverwacht gestorven. Onder haar windels bevinden zich juwelen en een zgn. ‘broad collar’-ketting. Het graf bevatte ook een bed, een pruikenkist, een senet-speelbord en de cosmetica van zowel man als vrouw. Als hiernamaalsvoorziening namen Kha en Merit een 14 m lang dodenboek mee, 50 broden, en verder uien, knoflook, bier, geroosterde eend, vis, groente, fruit, specerijen, wierook en bloemen.

Deir el-Medina is het dorp waar tijdens de 18e tot 20e dynastie de kunstenaars en ambachtslieden woonden die de graven bouwden in het nabijgelegen Dal der Koningen. Veel inwoners van het dorp waren geletterd, en hun brieven, boodschappenlijstjes en administratieve teksten zijn in grote aantallen teruggevonden. Vaak in de vorm van ostraca – beschreven potscherven of stukken kalksteen. Tijdens de workshop zullen we proberen zo’n ostracon te lezen, om erachter te komen waar de vrouwen van Deir el-Medina zich mee bezig hielden wanneer hun echtgenoten aan het werk waren in het Dal der Koningen.

Op zaterdag 11 november organiseert Huis van Horus om 14.00 uur een lezing/workshop over de vrouwen van Deir el-Medina in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Kosten zijn € 25 voor donateurs / € 30 voor overige deelnemers. U ontvangt een syllabus met achtergrondinformatie over vrouwen in de Oudegyptische geschiedenis. Aanmelden kan via: info@huisvanhorus.nl.

Meer informatie

Egyptologie en Assassin’s Creed: Origins

De nieuwe game Assassin’s Creed: Origins speelt zich af in Ptolemeïsch Egypte onder de heerschappij van de laatste Cleopatra (VII). In het kader van de release zijn diverse Egyptologen gevraagd hun visie te geven op de historische achtergrond bij de game.

Op maandag 23 oktober stond Marein Meijer pers en publiek te woord bij de opening van de speciaal gemaakte expo op station Utrecht Centraal. Dit lees je hier en hier. Op vrijdag 27 oktober waren Nicky van de Beek en Fania Kruijf te horen in een reportage van het programma Nieuws en Co op NPO Radio 1. Hierin bespreken ze de historische correctheid van het spel tegen de achtergrond van objecten in het Rijksmuseum van Oudheden. In een blog schrijft collega PhD-student Uzume Wijnsma bovendien over de boeiende samenkomst van spel en wetenschap.

Radio
Hoe historisch correct is Assassin’s Creed Origins?

Berichten
Opening van Assassin’s Creed Origins Expo
Assassin’s Creed Origins Expo op station Utrecht geopend

Blog
Gamend door het oude Egypte

De knikpiramide van Dashur, één Memnon-kolos en de tempel van Kom Ombo in een shot?

Marktvrouwen in het Oude Rijk

Door Nicky van de Beek

De mastabagraven van Saqqara en Abusir staan bekend om hun zogenaamde ‘scènes uit het dagelijks leven’. Deze scènes tonen allerlei aspecten van de samenleving in het Oude Rijk, zoals landbouw, handel, ontspanning en voorbereidingen voor de begrafenis van de elite grafeigenaar. De betekenis van deze scènes is op veel manieren uitgelegd, van symbolische regeneratie tot meer pragmatische en esthetische intenties. De waarheid ligt waarschijnlijk in het midden. Het is duidelijk dat de scènes het eliteleven laten zien, en geen hiernamaals. Koning en goden zijn niet aanwezig. De decoratie was ongetwijfeld bedoeld om aantrekkelijk te zijn, om de offercultus aan te wakkeren en de naam en sociale status van de grafeigenaar te vereeuwigen. Ongeacht hun specifieke funeraire context kunnen de scènes ons veel leren over het leven tijdens het Oude Rijk.

Een van de zeldzamere onderwerpen die worden afgebeeld in graven rond de hoofdstad Memphis is de marktscène. Deze komt voor in slechts zeven graven in Saqqara, twee in het nabijgelegen Abusir, en tevens op de muren van de toegangsweg naar de piramide van Unas. De marktscène beslaat vaak meerdere registers, en toont verkopers en kopers van allerlei goederen: brood, bier, groente, vis, gevogelte, vlees, vaatwerk, linnen en gegraveerde zegels. Interessant is dat we individuele transacties zien plaatsvinden (zoals bier in ruil voor vis) en soms zelfs de relatieve waarde van de producten (zes Smd-broden voor twee eenheden zw.t-graan). De afgebeelde markt is drukbezocht en levendig, met handelaren die hun waren aanprijzen, klanten die onderhandelen, bewakers met aangelijnde bavianen en een verscheidenheid aan oude mannen, jonge mannen, vrouwen en kinderen.

Moussa, A.M. en H. Altenmüller, Das Grab des Nianchchnum und Chnumhotep (1977), fig. 10.

In feite bevat de helft van de bewaarde marktscènes vrouwen die actief bezig zijn met het kopen en/of verkopen van waar. In het graf van Nianchchnoem en Chnoemhotep (hierboven afgebeeld) zien we een vrouw met een kind op sleeptouw die vijgen of granaatappels lijkt te kopen. Ze overhandigt een schaal aan de verkoper, om deze te vullen met fruit of om (de inhoud ervan) als ruilmiddel aan te bieden. In het volgende register is een vrouw bier aan het schenken in de schotel van een hurkende man die aan een lente-uitje knabbelt. Hij is afgeladen met boodschappentassen en zegt: “Vul me bij, ook al zit ik vol. De graan is van een goede soort.” De vrouw wordt Tn.t genoemd, verwijzend naar de schalen bier die ze verkoopt aan passerende klanten. Een register daaronder hurkt een vrouw bij een mand met drinkbekers, waarvan ze er een aanbiedt aan een passerende koper met buidel en ui. Hij draagt of biedt een waaier aan in ruil. De marktvrouw prijst haar waar aan met de woorden: “Zie, iets om uit te drinken.”

Egyptian Art in the Age of the Pyramids (1999), fig. 126 op p. 405.

Een reliëffragment uit het Pushkin Museum dat past aan de marktscène in de tombe van Tepemankh II (hierboven afgebeeld) toont een kale man op een laag krukje, die een albasten schaal bekijkt, hem aangeboden door een vrouw in lange jurk. Ze vertelt hem de schaal te graveren met de woorden ‘voor de Ka-priester’. In haar hand houdt ze een bosje lente-ui. Om de vrouw heen vindt meer handel plaats: sandalen worden geruild voor graan, vis wordt geselecteerd uit een grote hoop, en een ‘politie’-baviaan bijt in de dij van een jongeman (die iets probeert te stelen?). Achter de graveur zijn hout- en metaalbewerkers te zien.

Harpur, Y.M., The identity and positions of relief fragments in museums and private collections: Reliefs from a dismantled tomb in the Saqqara necropolis, SAK 13 (1986), 107-123, fig. 4.

De eigenaar van tombe S 920 in Saqqara is helaas onbekend, maar een reliëffragment uit dit graf (hierboven afgebeeld) bevat een andere interessante scène. Een zittende vrouw verkoopt brood aan een vrouwelijke klant, die een schaal vasthoudt. Een andere vrouw schenkt bier in de kom van een hurkende man met een buidel. De tombe van Fetekta in Abusir laat ook vrouwen zien die handel drijven (hieronder afgebeeld). Een dame koopt olie, terwijl twee andere vrouwen verse vis willen kopen in ruil voor graan. Een van de kopers wordt bij naam genoemd: ze heet Minmeret.

Lepsius, C.R., Denkmäler aus Aegypten und Aethiopien (1849-1856), deel II, pl. 96.

Hoe kunnen we deze markten verklaren? De Oudegyptische economie wordt vaak beschreven als een systeem van redistributie, waarin de staat en de tempel van ongekend belang waren. Müller-Wollermann [1] verklaart de Egyptische economie op basis van de theorie van de econoom Karl Polanyi. Die onderscheidt drie typen uitwisseling: reciprociteit (de uitwisseling van geschenken tussen gelijken), redistributie (waarbij producten worden verzameld op een centraal punt en van daaruit worden verdeeld, zoals belasting en tribuut), en markthandel. Deze laatste wordt gekenmerkt door marktmechanismen zoals winstmaximalisatie en het verminderen van productiekosten. Volgens Polanyi bestond markthandel niet in ‘archaïsche’ samenlevingen waarin slechts het landbouwoverschot werd verhandeld. De Ouderijks marktscènes worden door Müller-Wollermann in plaats daarvan uitgelegd als ‘negatieve reciprociteit’, waarbij beide partners voordeel proberen te halen uit een transactie, en geen eerdere connectie hebben met elkaar.

Barry Kemp beweert in zijn bekende werk over de Oudegyptische samenleving dat, aangezien de Egyptenaren geen woord hadden voor ‘winst’, ze er simpelweg niet naar konden streven [2]. Toch schrijft hij de Egyptenaren een ‘adequaat zakelijk inzicht’ toe. Maar in onze marktscènes zien we een duidelijk onderscheid tussen verkopers (met hun manden vol waar) en klanten (met hun buidels, soms pauzerend om een biertje te drinken). We zien individuele transacties afgesloten worden, gesteggel over prijzen, luidkeelse aanprijzingen en ordebewaarders met bavianen. We zien hints van specialisatie, van visboeren, groentemannen, graveerders, stokkenverkopers en linnenhandelaren. We zien drinkstalletjes en klanten die betalen met hoeveelheden graan. Zelfs al was er geen woord voor ‘winst’ en was ‘de markt’ niet zo alomvattend als in onze moderne samenleving, toch kunnen we aannemen dat de oude Egyptenaren (zowel mannen als vrouwen) probeerden waar voor hun ‘geld’ te krijgen, en een slaatje te slaan uit hun transacties.

In een artikel uit 1980 claimen Hodjash en Berlev dat ‘de Egyptische markt zelden door vrouwen bezocht’ werd, en dat waar ze zijn afgebeeld, ‘altijd als kopers en klanten, nooit als verkopers’ [3]. De bovengenoemde voorbeelden schetsen een ander beeld.

Benieuwd geworden naar meer vrouwen in het Oude Egypte?
Huis van Horus organiseert een cursus in november!

Noten

  1. Müller-Wollermann, R., Warenaustausch im Ägypten des Alten Reiches, JESHO 28 (1985), 121-168.
  2. Kemp, B.J., Ancient Egypt: Anatomy of a civilization (2006), 323-324.
  3. Hodjash, S.I. en O.D. Berlev, A market-scene in the mastaba of DADA-m-anx (tp-m-anx), in: Altorientalische Forschungen 7 (1980), 31-49.