Archief van
Auteur: Nicky

Ticketprijzen bekend voor het Grand Egyptian Museum

Ticketprijzen bekend voor het Grand Egyptian Museum

Het Ministerie van Oudheden in Egypte heeft de ticketprijzen bekend gemaakt voor toegang tot het Grand Egyptian Museum bij Giza.

De ticketprijzen worden:

400 Egyptische pond voor buitenlandse bezoekers (omgerekend zo’n € 22,50)
200 Egyptische pond voor buitenlandse studenten
60 Egyptische pond voor Egyptische bezoekers
30 Egyptische pond voor Egyptische studenten

De opening van het GEM staat gepland voor eind 2020, maar dit is eerder al diverse keren uitgesteld. Het museum wordt gebouwd vlakbij de piramides van Giza in Caïro en zal o.a. de schatten van Toetanchamon herbergen, die worden overgebracht uit het oude gebouw van het Egyptisch Museum aan het Tahrirplein.

De bouw van het nieuwe museum begon in 2006, maar ondervond vertraging door de revolutie van 2011 en de daaropvolgende economische problemen. Het Grand Egyptian Museum past binnen een campagne om van Egypte (met name Caïro en de nieuwe steden die worden opgetrokken in de woestijn) een economisch centrum te maken, zoals uitgebreid geadverteerd tijdens vluchten van EgyptAir.

Bron: Egypt Independent

Het Grand Egyptian Museum in aanbouw

Chillen in Aswan

Chillen in Aswan

In de tweede week van ons verblijf in Egypte zijn we met de trein naar Aswan gereisd. Dat wil zeggen, een uur na de officiële vertrektijd was de juiste trein nog niet gearriveerd, wel een heleboel andere. Van een aardige conducteur mochten we toen plaatsnemen in een enigszins geairco’de coupé met nog een paar andere verdwaasde toeristen, overigens in enorm brede stoelen waar de NS een voorbeeld aan kan nemen. Zo reden we voor omgerekend 5 euro in 3 uur naar Aswan, langs stoffige stadjes met soms een glimp van de Nijl.

In de eersteklas trein

In Aswan verbleven we op de westoever in het recent helblauw geschilderde Bet el Kerem. Je kunt het niet missen. Het is een mooi, brandschoon guesthouse met een tuin en heerlijk dakterras met uitzicht op de Nijl en de edelengraven van Qubbet el-Hawa. Het staat aan de rand van een Nubisch dorp, en je waant je direct in Afrika, of in een hippie-achtige strandhut met Nubische muziek. De eigenaar Abdel, twintig jaar getrouwd geweest met de Nederlandse mede-eigenaar Ellen (ze hebben twee prachtige kinderen), zorgt dat je je meteen thuisvoelt en wijst op het altijd voorradige water en fruit dat je naar hartelust kunt pakken. Hij kan bovendien verrukkelijk koken, en omdat je in Aswan direct in een fijn soort lethargische toestand raakt (het is te warm om je in te spannen) hebben we beide avonden op het dak gegeten. In een guesthouse raak je bovendien heel makkelijk in contact met de andere gasten, die stuk voor stuk aardig waren.

Een heerlijk ontbijt

Vreselijk lekkere toetjes

Die eerste dag hebben we dus alleen geluierd, maar na een verkwikkende nacht (gekko’s op de ramen) zijn we de trap beklommen naar Qubbet el-Hawa om de graven daar te bewonderen. Ik probeer me altijd voor te stellen hoe men vroeger bij religieuze feesten met een bootje de Nijl overstak om daar de trap te beklimmen naar de graven van overleden familieleden, om offers te brengen en een maaltijd te nuttigen. Zo bleven de doden in zekere zin deel uitmaken van de wereld van de levenden.

Boven aangekomen bezochten we de graven van Harchoef, Sarenput I en II, Mekhu en Sabni I. Het graf van Harchoef bevat een uitgebreide bibliografische inscriptie die elke Leidse Egyptologiestudent heeft moeten vertalen. Het verhaal gaat over Harchoef, die opgroeide op het eiland Elefantine en uiteindelijk gouverneur werd van Zuid-Egypte. Hij ondernam diverse expedities, onder andere naar het verre land Yam, en op één van zijn reizen nam hij een dwerg mee voor de jonge koning Pepi II. De koning stuurt hem een brief, die integraal staat weergegeven op de grafwanden, waarin hij Harchoef op het hart drukt de dwerg goed te beschermen, zodat hij eenmaal aangekomen in de hoofdstad kan dansen voor de koning. Wat de dwerg er zelf van vond is niet bekend.

Het graf van Harchoef met de hiëroglief van een dwerg

In het graf van Sarenput II

In het graf van Sabni I (zie ook de priester op de zuil rechts die wierook offert aan de grafeigenaar in het linker tafereel)

De graven zijn rechtstreeks uit de rotsen gehakt, rechts bevindt zich een trap naar de Nijl

Die middag brachten we een bezoek aan Kitchener’s Island waar de botanische tuin is gevestigd. Consul-generaal Kitchener verzamelde er begin 20e eeuw veel exotische bomen, vooral uit India. Je kunt er een heerlijke middag in de schaduw wandelen, met veel schoolklassen die hun Engels willen uitproberen, en een behulpzame jongen zonder armen die veel weet van het geboomte, maar rond moet komen van de verkoop van foeilelijke theedoeken.

De avond werd verpoosd op het dakterras, waar we de Canadese Judi spraken die de graven van de edelen niet had ingedurfd om de doden niet te storen. Ik legde uit dat de offerkapellen ook in de oudheid toegankelijk waren voor de offercultus, en dat ze juist opgeluisterd waren met afbeeldingen, titels en biografische inscripties van de grafeigenaar om de bezoeker binnen uit te nodigen. Daar was ze heel blij mee en ze zou in Luxor veel edelengraven gaan bezoeken.

Veel palmen op Kitchener’s Island

En mooie bloemetjes

De volgende, laatste ochtend in Aswan hebben we met Abdel en de medegasten op het water doorgebracht, varend naar de Eerste Cataract en het Nubische strand. Daar heb ik, jawel, in de Nijl gezwommen. Dat stond op mijn bucketlist sinds ik het Bettany Hughes zag doen in haar tv-serie over een Nijlreis per dahabiya. Mocht ik over één tot twee maanden ernstig koorts krijgen, dan was het misschien een minder goed idee. Maar ik ben blij dat ik het gedaan heb, het water was heerlijk koel en kraakhelder. Even later kwam er een bootje aan met Spaanse toeristen die ook in het water plonsden. Vervolgens moest ik mijn Assassin’s Creed-neigingen nog even uiten op het strand, waarna we terugvoeren naar de stad om in te schepen op een grotere boot.

Maar daarover meer in een volgend blog!

Op weg naar de Eerste Cataract

In Assassin’s Creed zou je aan het plunderen slaan

Zandvoort aan de Nijl

Nieuwe tombes open in Dra Abu el-Naga

Nieuwe tombes open in Dra Abu el-Naga

In Dra Abu el-Naga in Luxor zijn twee nieuwe tombes te bezichtigen. De grafkamers zijn gerestaureerd door het Amerikaanse Onderzoekscentrum in Egypte (ARCE) als vorm van ontwikkelingshulp aan de Egyptische overheid.

Het ene graf (TT159) is in de 19e dynastie gemaakt voor Raya, vierde profeet van Amon, en zijn vrouw Moetemwia. Het graf is T-vormig en bestaat uit een voorhof, een dwarshal en een aan het uiteinde een schrijn met uit de rotsen gehakte zittende beelden van de grafeigenaar en zijn vrouw.

Op de westmuur van de dwarshal is een scène te zien waarin de mummies van Raya en Moetemwia rechtop zijn gezet voor het graf, terwijl een priester hen reinigt en een andere priester een tekst voorleest. Drie klaagvrouwen begeleiden het ritueel, omgeven door een stapel offervoedsel. Bij de mummies, die bloemenkransen dragen en een waskegel op het hoofd, staan langwerpige bloemstukken. Te zien is hoe de grafkapel half uit de rots naar voren komt en bekroond wordt door een kleine piramide.

De begrafenis van Raya en Moetemwia

Klaagvrouwen, onmisbaar bij de begrafenis

Een duif siert het plafond

Onafgemaakte scène

Beschadigde beelden met zaagsporen

TT286 is een graf uit de 20e dynastie, behorend aan de schrijver Niay en zijn vrouw Tabes. Het graf heeft een voorhof, een hal, een kleine nis en een ongedecoreerde kamer met een schacht. Het graf is prachtig beschilderd met veel oranje en geel, en een bloemenrand langs het plafond. Op de westmuur staan familieleden van Niay afgebeeld, de vrouwen met lang haar, waskegels en mooie geplooide gewaden.

Er is een scène van Niay die door Horus naar Osiris wordt geleid nadat hij een demon is gepasseerd, en het plafond is felgekleurd in verschillende patronen. Op de noordmuur is grafuitrusting afgebeeld, en er zijn diverse offerscènes. Op de oostmuur, rechts naast de deur, is nog een afbeelding van Niay knielend voor een valk, terwijl Hathor tevoorschijn komt uit een boom. De nis waar het beeld van de grafeigenaar en zijn vrouw oorspronkelijk stond is omgeven door geschilderde bloemstukken.

Het knusse graf van Niay en Tabes

Familieleden in feestkleding

Horus en Niay bij Osiris

Versiering langs het plafond

Niay en de boomgodin

Van 2015 tot 2017 organiseerde het ARCE in samenwerking met het Ministerie van Oudheden een Field School waarbij medewerkers van het ministerie een training volgden over site-ontwikkeling en conserveringsdocumentatie. Als onderdeel van de training werden de wandschilderingen van de tombes schoongemaakt, waardoor de bonte decoratie tevoorschijn kwam.

De tombes liggen niet ver van de graven van Roy, Shuroy en Amenemopet vandaan, en zijn te bezoeken op het zelfde kaartje. Vanaf Roy en Shuroy moet je een stukje terug over de weg, een afslag naar rechts. Daar leidt een lange witte trap naar de tombes die hoger op de heuvel liggen.