Amarna
Amarna (het oude Achetaton) was de nieuwe hoofdstad die koning Achnaton rond 1350 v.Chr. liet bouwen voor de cultus van de zonnegod Aton. De stad ligt halverwege Caïro en Luxor, op de oostoever van de Nijl, en werd na Achnatons dood snel weer verlaten. Juist daardoor is Amarna de best bewaarde en meest onderzochte Nieuwrijks stad van Egypte: er ligt geen latere bebouwing overheen, en archeologen konden er als geen andere plek reconstrueren hoe een Egyptische stad er in de praktijk uitzag.
De site is uitgestrekt en een bezoek omvat meerdere highlights. Zorg dat u beschikking heeft over een taxi/busje om de verschillende onderdelen te bekijken. Er staan informatieborden en er is een rusthuis waar men thee kan drinken en naar het toilet kan. Het is aan te raden een lunchpakket mee te nemen.
In een (volle) dag kunnen de volgende monumenten bezocht worden (zorg dat u vroeg komt):
- Noordpaleis
- Kleine Atontempel en omgeving
- Noordelijke graven
- Grensstèle U
- Koningsgraf
Een tweedaagse trip geeft meer tijd om deze en andere delen van de site te bezoeken (bijv. de Zuidelijke Graven en Kom el-Nana). Houd er rekening mee dat sommige gebieden gesloten zijn voor bezoekers (bijv. het Arbeidersdorp, het Stenen Dorp en de begraafplaatsen voor niet-elite personen).
Noordpaleis
Het Noordpaleis is een vrijstaand, rechthoekig complex tussen de Noordelijke Voorstad en de Noordelijke Stad, opgegraven in 1923-24. Het bestond uit een altaarhof met drie verhoogde platforms, magazijnen, een monumentale ingangspartij (mogelijk met een Venster van Verschijning, waar het koninklijke echtpaar aan het volk verscheen) en een grote binnenhof met een diepe waterput. Aan de noordkant lag een dierenhof met stenen voederbakken en stenen om vee aan te binden, aan de zuidkant bakkerijen en werkplaatsen. Het woongedeelte achterin had een kleine troonzaal, een grote zuilenzaal en de privévertrekken van de koninklijke bewoonster met een goed bewaarde badkamer. In de noordoosthoek lag een binnentuin, de ‘Groene Kamer’, met een fries van moerasplanten en dieren. Inscripties tonen dat het paleis oorspronkelijk voor Nefertiti (of mogelijk koningin Kiya) bedoeld was, maar later werd verbouwd voor prinses Meritaten.

Kleine Atontempel
De Kleine Atontempel is goed te bezoeken en gedeeltelijk gereconstrueerd. De ommuring van mudbrick (ongebakken kleisteen) had twee pylonen met de hoofdingang aan de westzijde. Verticale sleuven in het metselwerk laten zien waar ooit houten vlaggenmasten met stoffen wimpels stonden. De tempel had drie opeenvolgende hoven met poorten, oorspronkelijk met een vloer van kalksteen. In het eerste hof stond een groot altaar van mudbrick. Verderop markeert een fundering van gips de plek van het heiligdom, een monumentaal stenen gebouw waarvan alleen de onderste stenenlaag bewaard is gebleven. Op basis van teruggevonden zuilfragmenten is één zuil in moderne materialen gereconstrueerd om een indruk te geven van de oorspronkelijke hoogte.

Noordelijke graven
De Noordelijke graven (North Tombs) liggen aan de voet van de noordoostelijke rotswand, waar de klif zo’n 85 meter hoog is. Een ravijn splitst ze in twee groepen; de belangrijkste (graven nr. 3-6) ligt zuidelijk en is via een pad met trappen bereikbaar. De meeste bezochte graven zijn die van Huya (opzichter van de harem van koningin Teje, met een beroemde scène van een schenking van buitenlandse tribuut in jaar 12), Meryre II (met een gedetailleerde versie van diezelfde tribuutscène en een unieke, grotendeels vervaagde afbeelding van Smenchkare en Meritaten als koningspaar), Ahmes, Meryre (hogepriester van Aton, met het grootst opgezette maar nooit voltooide graf van Amarna) en Penthu. Graf nr. 6, van de hogepriester Panehsy, werd in de Koptische tijd tot kerk verbouwd, compleet met apsis; rond de graven zijn ook resten van Koptische kluizenaarshutjes te zien. Diverse graven bevatten Griekse graffiti van latere bezoekers, waaronder een opschrift van een zekere Catullinus die de kunst van ‘de heilige steenhouwers’ bewondert.

Grensstèle U
Achnaton liet het gebied van Achetaton rondom afbakenen met een reeks in de rotsen uitgehouwen grensstèles, elk met een lange hiëroglifische tekst en een taferel van de koninklijke familie in aanbidding voor de Aton, meestal geflankeerd door beelden van Achnaton, Nefertiti en hun dochters. In twee proclamaties (uit jaar 5 en jaar 6 van zijn regering) legt de koning uit dat Aton zelf hem tot de plek heeft geïnspireerd en dat hij de grenzen van de stad nooit zal overschrijden. Ook legt hij vast dat hij, Nefertiti en prinses Meritaten hier begraven willen worden. Aan de meeste stèles is, naast natuurlijke erosie, in de afgelopen eeuw doelbewust schade toegebracht door plunderaars die stukken uitzaagden om te verkopen; stèle S werd in 2004 zelfs met dynamiet uit de rotswand geblazen. Stèle U, zo’n 7,6 meter hoog, is de meest toegankelijkse voor bezoekers: deze ligt in een inham ten noorden van de ingang van de Koninklijke Wadi en is te bereiken via de asfaltweg naar het Koningsgraf. Aan de voet staan nog resten van de koninklijke standbeelden.

Koningsgraf
Het Koningsgraf ligt in de Koninklijke Wadi, zo’n 6 km vanaf de monding, en was bestemd voor Achnaton, prinses Meketaten en waarschijnlijk koningin Teje (met een onvoltooide bijkamer, mogelijk voor Nefertiti). De opzet lijkt op de koningsgraven in het Dal der Koningen in Thebe, maar dan met meerdere grafkamers. Door de slechte kwaliteit van de rots is veel decoratie in een dunne gipslaag aangebracht, waarvan weinig bewaard is gebleven. De mooiste scènes staan in de kamers voor Meketaten: taferelen van de koninklijke familie in aanbidding bij zonsopgang en -ondergang, en twee aangrijpende rouwscènes waarin koning en koningin wenen bij het lichaam van de overleden prinses, met een baby in de armen van een voedster – mogelijk Meketatens eigen kind, wat erop kan wijzen dat ze in het kraambed stierf. Het graf werd in de jaren 1880 door dorpelingen ontdekt en was toen al leeggeroofd. Fragmenten van Achnatons granieten sarcofaag en canopenkist, en meer dan tweehonderd shabti’s, bevestigen dat de koning hier inderdaad is bijgezet, al is het lot van zijn lichaam onbekend. (Mogelijk behoort de mummie en kist in KV55 aan Achnaton toe, maar hier wordt nog steeds over gediscussieerd).

Zuidelijke graven
De negentien Zuidelijke graven (South Tombs, nrs. 7-25) liggen dichter bij de woonwijken van de stad en behoorden aan een breder scala van functionarissen dan de Noordgraven: van een hoofd van politie (Mahoe, nr. 9) tot de ‘Godsvader’ Eje (nr. 25), die na Toetanchamon zelf farao werd. De ontwerpen zijn eenvoudiger dan in het noorden, maar er zijn ook fraaie voorbeelden bij, zoals het rijk gedecoreerde graf van Eje met de langst bekende versie van de Grote Atonhymne. Veel graven zijn niet afgemaakt of ongedecoreerd; graf nr. 16 bijvoorbeeld heeft geen enkele inscriptie maar wel een fraai uitgehouwen zuilenzaal. Rond de graven liggen grote hoeveelheden potscherven uit de 25e-30e dynastie, een teken van latere (her)gebruik van het gebied. Meest bezocht zijn de graven met nrs. 7, 8, 9, 10, 14, 23 en 25.

Kom el-Nana
Kom el-Nana, ten zuiden van de Centrale stad, was oorspronkelijk een zonnetempel van Achnaton, opgegraven door de Egypt Exploration Society tussen 1988 en 2000 om het terrein tegen landbouwontginning te beschermen. Reliëffragmenten tonen aan dat (een deel van) het complex de naam ‘Zonneschaduw van Ra’ droeg en aan koningin Nefertiti toebehoorde. De grote ommuurde plaats was verdeeld in een noordelijk deel met een bakkerij/brouwerij en een zuidelijk deel met een reeks gebouwen op de noord-zuidas: een paviljoen met verzonken tuinen, een verhoogd platform met een zuilenzaal en een schrijn. Het noordelijke deel werd in de 5e-6e eeuw overbouwd door een Koptisch klooster, waarvan ook een kerk is opgegraven. De meeste opgravingen zijn na onderzoek weer dichtgemaakt.
Centrale stad
In het hart van de stad, aan weerszijden van de Koninklijke Weg, lagen de twee grote paleizen (het Grote Paleis en het Koningshuis) en de twee hoofdtempels voor Aton (de Grote en Kleine Atontempel). Rondom bevonden zich bestuurlijke, militaire en ambachtelijke complexen. In een van die gebouwen, het ‘Bureau voor Buitenlandse Correspondentie’, werden in 1887 de beroemde Amarnabrieven gevonden: een archief van spijkerschrifttabletten met diplomatieke correspondentie tussen Egypte en vorsten uit het Nabije Oosten, nu verspreid over de musea van Caïro, Berlijn en Londen. Van het Koningshuis is een deel van de fundering nog te zien; hier vond Flinders Petrie in 1892 een fragment van een muurschildering met Achnaton en Nefertiti en hun dochters (nu in het Ashmolean Museum, Oxford). Het Grote Paleis was grotendeels van steen en is na de Amarnaperiode vrijwel volledig afgebroken voor hergebruik elders.

Arbeidersdorp (gesloten voor bezoek)
Het Arbeidersdorp, in de oostelijke woestijn, was een van meet af aan geplande nederzetting met een dikke ommuring en huizen van gelijke omvang en plattegrond, bedoeld voor de arbeiders die de koninklijke graven in de Koninklijke Wadi aanlegden. De bewoners waren voor water, aardewerk en het grootste deel van hun vlees afhankelijk van de staat, maar verbouwden zelf groenten, fruit en kruiden en hielden dieren, waaronder varkens.
Stenen dorp (gesloten voor bezoek)
Het Stenen Dorp, eveneens in de oostelijke woestijn, lijkt nooit uit reguliere woonhuizen te hebben bestaan en kreeg pas laat een (dunne) ommuring. Er zijn geen sporen van moestuinen of dierenverblijven gevonden, wat wijst op een gemeenschap met een lagere status dan die van het Arbeidersdorp, al bewoonden beide dorpen vergelijkbare, geïsoleerde plekken in de woestijn en waren beide vermoedelijk verbonden aan het werk in de koninklijke necropool.

Meer informatie: