Deir el-Gebrawi

Deir el-Gebrawi is de belangrijkste Oudrijkse necropool van de 12e Boven-Egyptische gouw (provincie of ‘nome’). De begraafplaats bestaat uit twee rotswanden: de noordelijke klif bij het dorp Arab el-Atiyat en de zuidelijke klif bij het dorp Deir el-Gebrawi zelf. Er zijn zo’n 120 graven uit de rotsen gehouwen, waarvan er slechts 16 zijn versierd. De rotsgraven dateren uit de late 6e dynastie, het einde van het Oude Rijk, hoewel een eerdere datering ook wordt voorgesteld. De bijbehorende nederzetting is nog niet door archeologen ontdekt.

Bijzonder aan de site is dat sommige lokale gouwvorsten hier tegelijkertijd de 8e én 12e Boven-Egyptische gouw bestuurden – een ongebruikelijke combinatie die vermoedelijk samenhangt met de machtsverschuivingen rond het naburige Thinitische gebied (Abydos) in dezelfde periode. Verschillende van deze gouwvorsten bouwden indrukwekkende carrières op als vizier en hoge functionaris aan het koninklijk hof, zoals te lezen valt in hun autobiografische inscripties. Het bekendste graf is dat van Ibi, in de zuidelijke klif.

Lang na de Ouderijks periode kreeg de omgeving een tweede leven: in de Late Oudheid ontstond hier de nederzetting Hierakon, waar ook een Romeins legerkamp werd gelegerd. De doden van deze latere bewoners werden bijgezet in de oude rotsgraven, en er vestigde zich zelfs een christelijke gemeenschap in de streek.

De graven zelf waren al sinds het midden van de 19e eeuw bekend, maar werden pas in 1902 volledig gepubliceerd door Norman de Garis Davies. Recent grootschalig onderzoek van het Australian Centre for Egyptology onder leiding van Naguib Kanawati heeft nieuw materiaal aan het licht gebracht en de gangbare datering ter discussie gesteld.

Begrafenisboot in het graf van Djau

Literatuur:

  • N. de G. Davies, The Rock Tombs of Deir el Gebrawi I-II (1902).
  • N. Kanawati, Deir el-Gabrawi I-II (2005, 2007).
  • J.C. Moreno García, “Deir el-Gabrawi,” UCLA Encyclopedia of Egyptology (2012).

« Terug naar Egypte