
Gebelein
Gebelein (Oudegyptisch Inerti, ’twee rotsen’, Grieks Aphroditopolis/Pathyris) ligt zo’n 30 km ten zuiden van Luxor, op de westoever van de Nijl. De site bestaat uit twee heuvels en is een van de langst en breedst gebruikte plekken in het Nijldal: er zijn sporen te vinden van vrijwel elke periode uit de Egyptische geschiedenis, van het laat-Predynastische tijdperk tot de Grieks-Romeinse tijd. Er zijn begraafplaatsen, nederzettingen, een fort, steengroeven en een tempel gevonden.
Predynastische vondsten
Gebelein is internationaal vooral bekend door een groep van zes van nature gemummificeerde lichamen uit ca. 3400 v.Chr., in de late 19e eeuw opgegraven door E.A. Wallis Budge voor het British Museum. Het gaat om de eerste complete predynastische lichamen die ooit zijn gevonden: dankzij de droge zandbegravingen, zonder verdere balseming, bleven huid en haar goed bewaard. Een van deze mummies, bekend als de ‘Gebelein Man’, is sinds 1901 vrijwel doorlopend te zien in het British Museum. Bij de opgravingen kwam ook een uniek beschilderd linnen doek tevoorschijn, met scènes van schepen en dansende figuren, vergelijkbaar met de bekende muurschilderingen uit graf 100 in Hierakonpolis.
Tempel van Hathor en rotsgraven
Op de oostelijke heuvel liggen de resten van een tempel voor Hathor, waarvan de oudste sporen (cartouches op tichelstenen, een koninklijke stèle) al teruggaan tot de 2e en 3e dynastie. Een rotskapel (speos) op dezelfde heuvel werd tijdens het bewind van Hatsjepsoet gebouwd en gedecoreerd (met inscripties waarin nog de vrouwelijke vorm van haar naam voorkomt) en later door Montoehotep II verder benut. De tempel bleef tot in de Ptolemeïsche tijd in gebruik.
Op de noordelijke heuvel ligt de necropool, met onder meer het graf van Iti en Neferoe uit de Eerste Tussenperiode, met beschilderde scènes van dagelijks leven en rituelen, en de graven van andere provinciale functionarissen zoals Iti (opzichter van woestijnexpedities, eind 6e dynastie) en Ini, een gouwvorst uit de 10e dynastie met mogelijk Nubische afkomst. Er zijn ook zo’n 400 Demotische en Griekse ostraca gevonden.
Sinds enkele jaren wordt de site opnieuw systematisch onderzocht door het Gebelein Archaeological Project, dat onder meer de rotskapel van Hatsjepsoet in detail heeft gedocumenteerd.
