Tod

Let op: toegangskaartjes voor deze site zijn alleen te koop bij de kassa van de Luxortempel.

Tod (Oudegyptisch Djerty, Grieks Tuphium), zo’n 20 km ten zuiden van Luxor op de oostoever van de Nijl, was een van de vier cultusplaatsen voor de valkgod Montoe. Net als Karnak, Armant en Medamoed zijn alle tempels gewijd aan deze god te vinden in de Thebaanse regio. Montoe was oorspronkelijk een zonnegod, maar groeide vanaf het Middenrijk uit tot krijgsgod en beschermer van de Thebaanse koningen.

De oudste sporen van cultusactiviteit op de site dateren al uit de 5e dynastie (Oude Rijk, tijd van Oeserkaf), maar de tempel werd pas in het Middenrijk werkelijk belangrijk, toen Montoehotep II en vooral Sesostris I het heiligdom uitbreidden met kapellen en gedecoreerde muren. De ‘Tod-inscriptie’ van Sesostris I is een belangrijke historische tekst uit die periode. In de Ptolemeïsche en Romeinse tijd kreeg de tempel een hypostyle zaal en een pronaos in Grieks-Egyptische mengstijl. Nog weer later verrezen op dezelfde plek een vroegchristelijke kerk en een moskee, direct boven de Middenrijkse resten.

De grootste bekendheid dankt Tod aan de zogeheten Schat van Tod: in 1936 groef de Franse archeoloog Fernand Bisson de la Roque onder de vloer van het Middenrijkse heiligdom vier koperen kisten op uit de tijd van Amenemhat II, gevuld met zilveren bekers en baren, ruwe en bewerkte lapis lazuli, en enkele gouden voorwerpen. Een deel van het zilverwerk vertoonde sterke gelijkenis met Minoïsch ‘Kamares’-aardewerk van Kreta, wat op internationale handel of diplomatieke geschenken uit het Egeïsche gebied en het Nabije Oosten wijst. De schat is verdeeld over het Egyptisch Museum in Caïro en het Louvre in Parijs.

Bij een huidig bezoek loopt men eerst langs een magazijn met honderden losse blokken uit alle perioden, van het Oude Rijk tot de vroegchristelijke tijd, voordat men de tempelresten zelf bereikt.

Reliëf in de tempel van Tod met de valkkoppige god Montoe