Achtergrond
-
Tombes, beelden en de ka
U heeft wellicht gemerkt dat ik al een tijdje niet aan het updaten ben. Dit komt deels door geconcentreerd werk aan mijn dissertatie en daarnaast door het onterecht deftige begrip ‘mantelzorg’. Ook wachtte ik met smart op een nieuwe bril, waardoor ik de wereld nu eindelijk weer in 4K mag aanschouwen.
Voor wie de afgelopen tijd het Egyptologische nieuws heeft gevolgd zijn de tombes u om de oren gevolgen. Zo zijn er graven aan het licht gekomen in o.a. Saqqara, Luxor en Abydos. Dat is natuurlijk leuk voor u maar vervelend voor mij, want al die graven moeten vervolgens weer ingevoerd worden in mijn database. Een aantal ontdekkingen zal ik hier uitlichten.
Tip: Mijn dissertatie wil ik over enkele maanden inleveren, dus tot die tijd leef ik als kluizenaar. Wel kom ik op zondag 1 juni voor een uurtje uit mijn zelfgekozen isolement om voor u een rondleiding te verzorgen in het RMO. Zie het overzicht onderaan dit bericht voor meer leuke activiteiten in de Huis van Horus feestmaand.
Tip 2: U kunt mij ondersteunen met kopjes koffie. (Hartelijk dank aan hen die dit reeds doen!)
Saqqara
In april kwam het nieuws dat het graf van prins Wesir-ef-Ra was ontdekt, zoon van koning Userkaf uit de 5e dynastie. Hij had een imposante granieten schijndeur, ongetwijfeld een cadeautje van de koning (die monopolie had op de granietgroeven in Aswan).
Wesirefra had allerlei eretitels, zoals ‘erfprins’ en koninklijk schrijver, maar was ook vizier, rechter en priester. Een heel interessante familiebeeldengroep werd aangetroffen, bestaande uit één stuk, de meeste hoofden afgeslagen.
Het graf is hergebruikt in de Late Periode (zo’n 2000 jaar later), iets wat niet ongebruikelijk was in de necropool van Saqqara.

De granieten schijndeur en (op de vloer) offertafel van prins Wesirefra

De (ka?)beelden van de prins en zijn familie
Ka(der)
We zeggen altijd dat dit soort beelden de ka van de overledene bevatten, en dat ze in een afgesloten ruimte (de zogeheten serdab, wat eigenlijk ‘kelder’ of letterlijk ‘koud water’ betekent) werden bewaard in het (mastaba-)graf. ‘Mastaba’ is ook al zo’n prachtig woord geïntroduceerd door Auguste Mariette, de enthousiaste opgraver van talloze elitegraven maar een minder enthousiaste publicist van al dit materiaal (wat ten dele en niet geheel onpoëtisch in een bovenmaatse Nijloverstroming ten onder is gegaan).
Maar met die ka (en zelfs met die serdab) zit het niet eens zo eenvoudig. Afwisselend beschouwd als ‘levenskracht’, ‘ziel’ of ‘dubbelganger’, blijkt dat we al snel een modern conceptueel jasje om Oudegyptische begrippen hangen.
Als Egyptologen proberen we daarom altijd te kijken naar wat de Egyptenaren zelf over de ka zeggen. En dan lijkt er nog een significant verschil te bestaan tussen de koninklijke ka en die van privépersonen.
De wijsgeer Ptahhotep vertelt zijn zoon dat ‘de edelman zich gedraagt hoe zijn ka het hem opdraagt’ en dat het mogelijk was de ka te beledigen. Ook raadt hij zijn zoon aan om zelf ook een zoon te krijgen die het product zal zijn ‘van zijn ka’. Naguib Kanawati concludeert daarom dat de ka de persoon zelf was, die verantwoordelijk was voor al zijn acties, gedragingen en prestaties.
Als je doodging werd je herenigd met je ka. Zo laat Pepyseneb optekenen in het graf van zijn vader: ‘Ik was het die dat graf decoreerde voor mijn vader, die naar zijn ka is gegaan.’ Na een geslaagd tripje naar het hiernamaals was hopelijk ‘zijn ka bij hem, zijn offers vóór hem’ (stèle van Tjeti uit de Eerste Tussenperiode).
Het graf was dan het ‘huis van de ka’, waar deze gevoed moest worden door middel van offers. De ka kon niet ver reizen (zoals de ba wel kon in de vorm van een vogel met mensenhoofd), maar kon wel een stapje nemen door de schijndeur om deel te hebben aan die offers. Zo bestaat de sch(r)ijndeur van Mereruka (6e dynastie, Saqqara) uit een prachtig beeld van de overledene die uit zijn schrijn de tombe instapt.

Mereruka treedt uit de schaduw (foto door NvdB)
Rune Nyord concludeert op basis van de Sarcofaagteksten dat de ka niet los staat van de persoon, maar een grotere entiteit is waar de persoon deel van uitmaakt. De ka vormt gedrag en persoonlijkheid, en verbindt de levende persoon met zijn voorouders. Als Egyptologen moeten we proberen onze cultureel-religieuze achtergrond met betrekking tot begrippen als ‘ziel’ proberen los te laten.
En dan over die beelden: we weten dat de koninklijke ka in beelden kan huizen, maar voor de gewone mensen-ka zijn hier (voor het Oude Rijk) eigenlijk heel weinig (schriftelijke) aanwijzingen voor.
Zo valt er nog heel wat uit te zoeken in de Egyptologie! Wordt vervolgd.
Luxor
Op mijn moeders verjaardag verscheen het nieuws van drie Nieuwerijks graven ontdekt in Luxor. Dat is op zich niet verwonderlijk – je struikelt daar over de Nieuwerijks graven en de meeste ervan zijn al lang geleden ontdekt maar nog niet goed onderzocht (gebrek aan tijd en vooral geld). Het gaat om drie rotsgraven in Dra Abu el-Naga. Twee graven uit de 18e dynastie, van Baki, opzichter van de graanschuren, en meneer ‘S’, die zich bezighield met het bestuur van de oases en de tempel van Amon daar.
Een derde graf stamt uit de Ramessidentijd en behoort aan Amun-em-Ipet (Amenemope voor vrienden), die werkte in de tempel van Amon in Karnak. De foto laat een glimp zien van de grafeigenaar met zijn vrouw achter een offertafel, drie kinderen, offerdragers en een banketscène.

Een beschilderde wand in het graf van Amun-em-Ipet
Asasif
In het naastgelegen Asasif (dit zijn allemaal stukjes van de Thebaanse necropool op de westoever bij Luxor) heeft een Egyptisch-Canadees team de identiteit blootgelegd van graf ‘Kampp 23′ (Friederike Kampp-Seyfried promoveerde in 1991 bij Jan Assmann met een proefschrift over de Thebaanse necropool).
Het blijkt toe te behoren aan Amun-mes (Amenmose voor vrienden) die burgemeester van Thebe was in de Ramessidentijd. Dit was zo’n graf dat al in de jaren 1970 ontdekt was maar nog niet nader onderzocht, waarschijnlijk omdat het graf erg beschadigd is. Zie de indrukwekkende beelden van de grafeigenaar en zijn vrouw (haar arm om hem heen geslagen), waar zelfs de schamele resten nog laten zien dat ze gewaden droegen van fijn linnen, pruiken en zalfkegels. Juist dit soort beschadigde graven zijn heel interessant om te onderzoeken en daarbij de informatie over deze personen in elkaar te puzzelen.

De grafbeelden van Amun-mes (huist daar dan de ka in?)
En tot slot, de Huis van Horus-feestmaand!
Meer informatie over de events
-
Koningsgraf gevonden?
Afgelopen week bereikte ons het nieuws dat er een koningsgraf is gevonden in de Westelijke Wadi’s in Luxor (het oude Thebe).
Het gaat om het graf van Toetmosis II, gevonden in een gebied waar zich ook het koninginnengraf van Hatsjepsoet bevindt. De meeste koningsgraven uit het Nieuwe Rijk (18e t/m 20e dynastie) liggen in het nabijgelegen Dal der Koningen. Waarom bevindt het graf van Toetmosis II zich hier?

De locatie van het koningsgraf (Google Maps)
Het graf is sterk beschadigd (door water!), maar twee eigenschappen wijzen op een koninklijke bewoner: resten van de Amduat (een van de dodenboeken) op de wanden en fragmenten van een blauw plafond met sterren. Een albasten zalfvaas was versierd met een cartouche van de koning.

De vaas met de naam van Toetmosis II (Ministerie van Oudheden)
Toetmosis II regeerde van ca. 1493 tot 1479 v.Chr. tijdens de voorspoedige achttiende dynastie. Zijn graf moet gevuld zijn geweest met rijke grafgiften, die verdwenen zijn toen het gemummificeerde lichaam van de koning werd herbegraven door priesters, zo’n 500 jaar na zijn dood. Veel van de koningsmummies zijn gevonden in zogeheten cachettes, terwijl de grafinhoud (denk aan Toetanchamon’s rijkdom) opnieuw werd ingebracht in de economie. Ook de oude Egyptenaren waren pragmatisch!

Het plafond met sterren (Ministerie van Oudheden)
Toetmosis II en Hatsjepsoet waren halfbroer en -zus en tevens man en vrouw. Ze hadden een dochter, Neferoere, wat betekende dat Toetmosis werd opgevolgd door zijn zoon bij een tweede vrouw. Dit werd Toetmosis III. Hatsjepsoet trad op als regentes voor haar jonge stiefzoon tot ze zelfs als farao gekroond werd. Uiteindelijk werd ze in het het graf van haar vader Toetmosis I begraven in het Dal der Koningen (KV20).
De opgraving wordt geleid door Piers Litherland, die eerder interessante uitspraken deed over deze ‘groene wadi’ tijdens het Nieuwe Rijk. Nu is het een verlaten, gortdroog woestijngebied, dat mogelijk de (oorspronkelijke) tombes herbergt van andere koningen, zoals Toetmosis I…
Ook in 2025 heeft het ‘dal’ nog niet al zijn geheimen prijsgegeven.
NB: Het graf werd al in oktober 2022 gevonden, maar nu pas gelinkt aan Toetmosis II.

De staat van het graf (Ministerie van Oudheden)
-
Dochter van de gouverneur
Spannend nieuws uit Asyut in Midden-Egypte!
Daar is namelijk een graftombe ontdekt uit het Middenrijk. Een team van Egyptische en Duitse archeologen heeft de grafkamer gevonden van Idy, de dochter van Djefaihapi. Die naam is sommigen wellicht bekend als een hoge ambtenaar uit de 12e dynastie. Djefaihapi was nomarch (gouverneur) van Asyut tijdens de regering van Sesostris I (ca. 1970-1925 v.Chr.).

De rijk versierde kist van dame Idy
De grafkamer lag onderaan een 15 meter diepe schacht in het grote graf van haar vader. In de kleine ruimte waren twee houten kisten in elkaar geschoven, rijk versierd met Sarcofaagteksten. De binnenkist was 2,30 m lang, de buitenkist 2,62 m. Ook werd het deksel van een kist gevonden, een kist waar canopenvazen (met de ingewanden) in hebben gezet, houten grafbeelden en offerschalen met resten van de oorspronkelijke offers. Helaas waren grafrovers de archeologen voor – die hebben de mummie van Idy beschadigd en ook de canopenvazen vernield.

De grafkamer onderaan de schacht
Onderzoek aan de schedel en botten van de dame wijzen erop dat ze jonger was dan 40 jaar (toch een aardige leeftijd voor een oude Egyptenaar) en een afwijking had aan haar voet. Dit was niet ongewoon in het oude Egypte – ook farao Toetanchamon leed eraan. Idy was een priesteres van Hathor en ‘meesteres van het huis’ (een veelgebruikte titel voor edelvrouwen).

Vader Djefaihapi bezat het grootste graf voor een privépersoon uit het Middenrijk – een serie kamers uit de rotsen gehouwen van 55 m lang en soms 11 m hoog. Natuurlijk was hij niet echt een privépersoon maar een zogenaamde gouwvorst, dus een soort plaatselijke koning. Helaas is de decoratie in zijn graf flink beschadigd, maar er zijn nog resten te zien van de vorst die vogels vangt en speervist in het moeras.

Djefaihapi op vogeljacht in het moeras
Het hele graf was zelfs nog groter dan alleen de rotskapel – het omvatte ook een dalweg, mogelijk een pyloon, een tuin en een kapel aan de cultivatie (het groene gebied langs de Nijl). Er wordt in deze necropool al jaren opgegraven door het Asyut Project.
Op 16 oktober wordt in Berlijn een lezing gegeven over de vondst.

Het graf van Djefaihapi
Bronnen: Luxor Times, Archaeology Mag, Universiteit Mainz en The Asyut Project
