Les 6: Voorzetsels

Les 6: Voorzetsels

Voorzetsels kun je voor zelfstandig naamwoorden plaatsen. Dit zijn veel gebruikte voorzetsels:

Voorzetsel Transliteratie Betekenis

π“…“

m in, met, door, als

π“ˆ–

n naar, aan, voor (persoon)

π“‚‹

r naar (richting)

π“‡‹π“ˆ–

in door (persoon)

π“Ž›π“ˆ–π“‚

αΈ₯nκœ₯ samen met

𓐍𓂋

αΈ«r met, onder

 

Enkele voorbeelden:

Voorbeeld Transliteratie Betekenis

𓅓𓉐𓏀

m pr in het huis

π“ˆ–π“‚“π“€

n kꜣ voor de ka (ziel)

π“‡‹π“ˆ–π“…‘π“Ž‘π“€€

in bꜣk door de dienaar

π“Ž›π“ˆ–π“‚π“ž

αΈ₯nκœ₯ sΕ‘ samen met de schrijver

𓐍𓂋𓍛

αΈ«r αΈ₯m onder de majesteit

Oefening: Godennamen lezen Β»

Β« Terug naar HiΓ«rogliefen