De baard van Toetanchamon

Door Nicky van de Beek

Op zondag 19 juni gaf Christian Eckmann een lezing over zijn restauratie van de baard van Toetanchamon’s masker. In augustus 2014 was de baard eraf gevallen, en haastig gerepareerd met epoxylijm. Dit was echter geen mooie reparatie en bovendien zat de baard sindsdien een tikje scheef. In 2015 werd Christian Eckmann, metaalspecialist van het Römisch-Germanisches Zentralmuseum in Mainz, gebeld of hij dit topstuk kon repareren. In een bewaakte ruimte van het Egyptisch Museum in Cairo – tussen de mummies – is Eckmann met zijn Egyptisch-Duitse team weken bezig geweest om alle lijmresten van de baard en het masker microscopisch te verwijderen. Dit werd gedaan met houten gereedschap om het kostbare goud niet te beschadigen. Na vier weken waren masker, baard en de koker die de twee verbond van elkaar gescheiden.

eckmann

Christian Eckmann bij het masker van Toetanchamon (foto: DPA)

Dit was gelijk het moment waarop het masker goed onderzocht kon worden. De Egyptoloog Nicholas Reeves heeft beweerd dat het masker eigenlijk is gemaakt voor koningin Nefertiti, de (stief)moeder van Toetanchamon, maar dit lijkt Eckmann onwaarschijnlijk. Indien er een ander gezicht in het masker was gesoldeerd, zou het glazen inlegwerk zeker beschadigd zijn. Ook zijn aan de binnenkant van het masker geen sporen te zien van een eerdere cartouche met de naam van Nefertiti erin.

Uiteindelijk werd de baard (die slechts 186 gram woog) gerepareerd door de koker met glasvezel aan de baard te bevestigen, de ruimte tussen koker en baard op te vullen met bijenwas, en vast te maken met een drupje smeltlijm. Belangrijk bij moderne restauraties is dat alles wat de restaurator doet, in de toekomst weer ongedaan gemaakt kan worden. In december 2015 was het werk voltooid.

Howard Carter examines the sarcophagus of Tutankhamun

Howard Carter bij de binnenste kist en mummie van Toetanchamon – baard nog intact

Het graf van Toetanchamon werd in 1922 ontdekt door de archeoloog Howard Carter, die samenwerkte met de geldschieter George Herbert Carnarvon. Het graf stond propvol voorwerpen, die allemaal netjes moesten worden gefotografeerd en gedocumenteerd, maar in 1923 was men eindelijk doorgedrongen tot de grafkamer. Pas 2,5 jaar later kwam Carter bij de binnenste sarcofaag. Foto’s uit die tijd laten zien dat de baard toen nog aan het masker zat. Echter de sarcofaag waar de mummie in lag was volgegoten met vloeibare zalf, waardoor alles aan elkaar gekoekt zat. Het geheel moest verhit worden tot 500°C, en nog duurde het uren om de mummie uit de kist te krijgen. Hierdoor brak het hoofd af en één van de armen. Gezien de omstandigheden in die tijd had Carter dit waarschijnlijk niet beter kunnen doen. In 1925 ging het beroemde masker naar Cairo, en op een foto uit de jaren 1930/40 zien we koning Farouk het masker bewonderen: de baard werd hier los onder het masker tentoongesteld. In 1946 werd de baard er weer aan gezet, een reparatie die bijna 70 jaar standhield. In Eckmann’s woorden over het recente ongeluk met de baard: ‘Shit happens’.

farouk

Koning Farouk bezoekt het Egyptisch Museum in Cairo – de baard ligt onder het masker

Nieuw graf ontdekt in Aswan

Van het Ministerie van Oudheden in Egypte

In Aswan, in de begraafplaats op de Westoever van de Nijl die Qubbet el-Hawa wordt genoemd, is het graf van een belangrijke vrouw uit het Middenrijk gevonden (rond 1800 v.Chr.). Spaanse archeologen vonden twee rechthoekige houten kisten, in elkaar geplaatst, met daarin de mummie van een vrouw. Op de kisten is te lezen dat het om ‘Sattjeni’ gaat, de moeder van Heqaib III en Amenyseneb, twee belangrijke bestuurders van Elefantine tijdens de regering van Amenemhat III.

Het lichaam was in linnen gewikkeld en in twee kisten gelegd van cederhout uit Libanon. Op het gezicht van Sattjeni lagen resten van een cartonnage masker, een soort beschilderd papier-maché. De binnenkist is goed bewaard gebleven. Wetenschappers kunnen misschien met dendrochronologie precies bepalen hoe oud de kist is, door de jaarringen van het hout te vergelijken met hele oude bomen en andere houten voorwerpen uit het oude Egypte. Het klimaat zorgt namelijk dat elke jaarring er net even anders uitziet.

Dame Sattjeni was een belangrijk persoon in de 12e dynastie. Ze was de dochter van Sarenput II, die als lokale koning over Elefantine heerste. Toen alle mannelijke leden van haar familie overleden waren, had Sattjeni feitelijk de macht in handen. Elefantine was een belangrijke plaats op de grens van Egypte met Nubië. Er bevond zich een tempel voor Chnoem, de god met het ramshoofd die het water van de Nijl kon laten vloeien.

sattjeni1

Eén van de kisten van Sattjeni, met de offerformule erop
(foto: Ministerie van Oudheden)

sattjeni2

Het cartonnage masker van Sattjeni (foto: Ministerie van Oudheden)

sattjeni3

De naam van Sattjeni in hiërogliefen, zoals hij op de kist staat
(foto: Ministerie van Oudheden)

Vier tombes geopend in Luxor

Van het Ministerie van Oudheden in Egypte

Op vrijdag 13 mei zijn vier nieuwe tombes geopend in Luxor. Het gaat om TT (Thebaanse tombe) 110 van Djehuty, koninklijk butler onder Hatsjepsoet en Toetmosis III. Drie tombes werden geopend in Deir el-Medina, het arbeidersdorp waar de kunstenaars woonden die de rotsgraven in de Vallei der Koningen hebben gemaakt. Dat zijn Amennacht (TT 218), Nebenmaat (TT 219) en Khaemteri (TT 220). Alledrie hadden ze de titel ‘Dienaar in de Plaats der Waarheid’ tijdens de regering van Ramses II. Amennacht was de vader van Nebenmaat en Khaemteri. Deze drie tombes kunnen bezocht worden op het kaartje van Pashedu. Voor TT 110 in Sheikh Abd el-Qurna moeten op dit moment nog kaartjes worden gedrukt.

Al deze tombes komen uit het Nieuwe Rijk, toen de hoofdstad van Egypte in Thebe (het huidige Luxor) lag en de koningen veel contact kregen met het buitenland door handel en expedities. De farao werd in die tijd begraven in de Vallei der Koningen, op de westoever van Luxor, waar ook Toetanchamon ligt. Hatsjepsoet was een vrouwelijke farao die zich voordeed als man, omdat alleen mannen op de troon van Egypte konden zitten. Ze was een zeer succesvol heerser en bouwde veel monumenten.

De inwoners van het dorpje Deir el-Medina waren vaardige ambachtslieden en kunstenaars. In hun vrije tijd werkten ze aan hun eigen graven, die klein waren maar heel mooi versierd met heldere kleuren. Ook konden deze speciale arbeiders, die hun salaris van brood, bier, kleding en sandalen direct kregen van de koning, vaak lezen en schrijven. Daarom kennen we veel documenten uit dit dorp, in de vorm van beschreven potscherven en papyri, met allerlei teksten erop van boodschappenlijstjes tot rechtzaken.

Zie ook dit filmpje over de opening.

tt218

TT 218 (foto: Ministerie van Oudheden)

tt219

TT 219 (foto: Ministerie van Oudheden)

tt220TT 220 (foto: Ministerie van Oudheden)