Egyptologie.nu

Egyptologie voor iedereen

Nieuws uit Egypte

Prinsessengraf ontdekt in Luxor

© Ministerie van Oudheden

In een van de Westelijke Wadi’s (Dal ‘C’) in Luxor is mogelijk het graf ontdekt van een prinses uit de 18e dynastie. Het graf, dat door een Brits-Egyptisch team onder leiding van Piers Litherland wordt opgegraven, bevat aardewerk-fragmenten die verwijzen naar de farao Toetmosis III.

Het graf is zwaar beschadigd door regenwater, iets wat niet ongewoon was tijdens het Egyptische Nieuwe Rijk. In de Westelijke Wadi’s zijn meer royalties te vinden, zoals het koninginnengraf van Hatsjepsoet (voordat ze farao werd) en het graf van haar dochter Neferoere.

In 2014 had ik het voorrecht de Westelijke Wadi’s van Luxor te verkennen. Het is een gortdroog en desolaat gebied, waar echter veel tombes, bezoekersgraffiti en Koptische hutjes te vinden zijn. Deze menselijke activiteit wijst erop dat het gebied niet altijd zo droog was als nu.

Gemummificeerde krokodillen in Aswan

In een tombe in Qubbet el-Hawa, de necropool van Aswan tijdens het Oude en Middenrijk, zijn tien krokodillenmummies gevonden. Ze behoren aan twee soorten: de Crocodylus suchus (die nog geen Nederlandse naam heeft) en de Crocodylus niloticus, de Nijlkrokodil. Volgens Salima Ikram, expert op het gebied van dierenmummies, was het gedrag van deze dieren geheel verschillend: de Nijlkrokodil zou je beslist opeten, terwijl je met de Suchus rustig in hetzelfde water zou kunnen zwemmen.

De krokodillen zijn simpelweg gemummificeerd door ze in het hete woestijnzand te begraven. Dit gebeurde waarschijnlijk tijdens de vijfde eeuw v.Chr., toen het mummificeren van dieren opkwam in Egypte. Er zal nog C14-datering en DNA-analyse plaatsvinden op de exemplaren.

© Patricia Mora Riudavets

Ontdekkingen in Saqqara

In een gebied van Saqqara wat de Gisr el-Mudir (‘grote omheining’) wordt genoemd, is een groep tombes gevonden uit de 5e en 6e dynastie van het Egyptische Oude Rijk. De belangrijkste tombe behoort toe aan Khnumdjedef, en is versierd met de bekende ‘scènes uit het dagelijks leven’. Daarnaast is het graf ontdekt van een man genaamd Meri, die werkzaam was in het paleis van de koning. Ook werden grafbeelden aangetroffen van een grafeigenaar en zijn vrouw, en zogenaamde dienaarsbeelden van figuren die brood bakken en graan malen.

In een 15 m diepe schacht werd een kalkstenen sarcofaag gevonden van Hekashepses, met daaromheen stenen vaatwerk. De sarcofaag was nog afgesloten, en bevatte de mummie van de eigenaar bedekt met bladgoud. In een andere schacht werden houten beelden ontdekt van een man genaamd Fetek. De vondst wijst erop dat er nog een schat aan informatie verborgen ligt in het zand van Saqqara.

© Ministerie van Oudheden

Met Huis van Horus naar Egypte

Het is weer een tijd geleden dat ik voor het laatst op dit blog gepost heb, maar de Huis van Horus reis naar Egypte is inmiddels achter de rug! In tien dagen hebben de deelnemers genoten van excursies in en rond Luxor en Caïro, met als thema de Thebaanse kunstenaars.

Het avontuur begon op Caïro Airport, waar de vlucht uit Amsterdam met vertraging aankwam en de overstap naar Luxor gemist werd. Gelukkig hield reisbegeleider Vibeke het gezelschap bij elkaar en bleef men goedgehumeurd. ’s Ochtends vroeg kwam de groep alsnog in Luxor aan, waar men kon bijkomen met een heerlijk ontbijt en een dutje in het Nile Valley Hotel, onze uitvalsbasis tijdens deze eerste week. Na een copieuze lunch voeren we alsnog per boot naar de Karnak-tempel, waar we het terrein van voor tot achter hebben bekeken, van de imposante zuilenhal gebouwd door Seti I en Ramses II tot de Rode Kapel en monumentale obelisken van Hatsjepsoet. Over de oude sfinxenlaan liepen we vervolgens naar het Moet-complex, waar een oud meer herinnert aan het moerasachtige eiland waar Karnak ooit op werd gebouwd. Na het diner en een avondlezing over het thema van de reis was iedereen toe aan een rustige nacht.

Een ontbijtje in het Nile Valley Hotel

De eerste activiteit op dag twee was direct een heuse primeur: Carina van den Hoven van Stichting Archaeologisch Erfgoed Luxor liet ons uitgebreid zien hoe een archeologische opgraving van een Thebaans graf (TT45) in zijn werk gaat, hoe de tombe is gedecoreerd en de decoratie door een latere bewoner is aangepast aan de laatste mode. Daarna bezochten we nog een aantal prachtig beschilderde graven in Sheikh Abd el-Qurna, van Sennefer met zijn plafond van wijnranken tot het piepkleine graf van Nacht. Na een versterkende lunch bij het Ramesseum (en veel aandacht voor een nieuwsgierig ezeltje) bezochten we de tempel zelf waar Vibeke ons trakteerde op een tekenworkshop, en alle deelnemers zoet aan het tekenen sloegen. Er was zelfs een prijs voor het mooiste kunstwerk!

De fotogenieke ezel

Op de derde dag togen we naar de Vallei der Koningen, waar we het indrukwekkende graf van Seti I bezochten met zijn astronomische plafond en een ruimte waar de sublieme tekenstijl van de kunstenaars uit deze tijd nog goed te zien is. Na een bezoek aan enkele (of voor de liefhebber: alle) andere graven (waaronder natuurlijk het beroemde grafje van Toetanchamon) en een picknick in de woestijn, besloten we de dag bij de dodentempel van Hatsjepsoet (Deir el-Bahari), vanwaar men uitzicht heeft op de tempel van Karnak op de oostoever.

De dag daarop was de Vallei der Koninginnen aan de beurt, waar een enkele liefhebber op de fiets naartoe trok, alwaar we ons konden vergapen aan de kleurrijke tombe van Nefertari en een paar graven van zonen van Ramses III. Na een bezoek aan Deir el-Medina, waar we een aantal scènes in het graf van Nakhtamon konden vergelijken met het zojuist geziene graf van Nefertari, genoten we van een heerlijke lunch bij Hotel Marsam.

Uw ‘chef wetenschap’ (links) met Youssef en enkele reisgenoten

Op de laatste dag in Luxor zijn we op ‘pelgrimage’ gegaan naar de drie uur verder gelegen stad Abydos, waar we de tempels van Seti I en Ramses II bezochten, en een blik wierpen op het enigmatische Osireion. Na een lunch bij het Flower of Life Guesthouse besloten we dit deel van de reis bij de nog zeer complete Hathor-tempel in Dendera.

Op donderdag waren enkelen van ons zo dapper om erg vroeg op te staan voor een ballonvaart, wat als zeer indrukwekkend werd ervaren. De rest kon uitslapen, nog een paar baantjes zwemmen of inkopen doen op de souk waarna we per binnenlandse vlucht naar Caïro reisden. Hier checkten we in ons hotel met uitzicht vanaf het dakterras op de piramides van Giza en de sfinx, waar de ouderwetse lichtshow niet meer te zien is maar juist een modeshow van Dior aan de gang was.

Op de één na laatste dag van de reis bezochten we het Egyptisch museum aan het Tahrir-plein, waar het heel druk was maar nog veel te zien is. Enkele stukken zijn al naar het nieuwe Grand Egyptian Museum verplaatst, wat echter nog niet voor publiek is geopend. Het gouden masker en de sarcofagen van Toetanchamon waren nog te bewonderen, naast topstukken als het Narmer-palet, de grafbeelden van Djoser, Khufu, Khafre en Menkaure, de grafuitrusting van Yuya en Thuya en nog duizenden andere objecten. Na de lunch in Giza konden we zo het plateau oplopen, waar we de piramides van dichtbij bekeken (eventueel vanbinnen) en een deel van de groep de goed verborgen mastaba van Meresankh III bezocht.

In de mastaba van Mehu (foto door Vibeke)

En last but not least: op de laatste excursiedag reden we naar Saqqara, waar we een goed overzicht kregen van de gehele site, van de grafschacht onder de piramide van Djoser tot de Ouderijks mastaba’s van Mehu en Mereruka, de Nieuwerijks necropool met de graven van Maya en Horemheb, het Serapeum en de recent opgeknapte graven van het Bubastieion.

Moe maar voldaan reisde de groep op zondag terug naar Nederland, waar we enkele weken later een kleine reünie hielden tijdens de Huis van Horus donateursdag.

Volgend jaar weer?

Archeologisch nieuws

Het graf van Nefertiti

We zijn er al een tijdje naar op zoek. In 2015 publiceerde archeoloog Nicholas Reeves een paper waarin hij beargumenteerde dat het graf van Toetanchamon in de Vallei der Koningen extra kamers bevatte. Deze nog onontdekte kamers zouden achter verborgen deuren zitten waarvan de omtrek te bespeuren was op hoge resolutie 3D scans. Hij stelde voor dat een van deze ruimtes het graf van Nefertiti zou kunnen huisvesten.

Geheime deuren in het graf van Toet? (© Factum Foundation)

In 2015 onderzocht Hirokatsu Watanabe de wanden van het graf met ground-penetrating radar en beweerde ruimtes achter de noord- en westmuur te hebben gevonden. Een tweede scan in 2016 door National Geographic Society vond hier echter geen bewijs voor. In 2018 is de westmuur van het graf opnieuw doorgemeten met geofysische apparatuur door specialisten van de Polytechnische Universiteit in Turijn. Ook hierbij werden geen holle ruimtes aangetroffen.

De Egyptische archeoloog Zahi Hawass nam het heft vervolgens in eigen handen en begon een opgraving in het Westdal van de Vallei der Koningen in Luxor. Het is geen gek idee dat hier nog graven te vinden zijn uit de Amarna-periode, aangezien ook Ay, de directe opvolger van Toetanchamon, hier begraven ligt. Hawass wil met DNA-onderzoek bewijzen dat enkele nog ongeïdentificeerde mummies (KV21a en b) familieleden zijn van Toetanchamon, en wel zijn vrouw Ankhesenamon en haar moeder Nefertiti. Deze herfst gaat Hawass zijn ontdekking bekendmaken, waarschijnlijk tijdens de festiviteiten rond de 100-jarige ontdekking van het graf van Toetanchamon, en de geplande opening van het nieuwe Grand Egyptian Museum, waar al Toetanchamon’s schatten te zien zullen zijn.

Wilt u zelf mee op reis naar de Vallei der Koningen in Luxor en het nieuwe museum bij de piramides van Giza? U kunt nog mee met onze groep!

Het nagenoeg verlaten Westdal

Recent heeft Nicholas Reeves zijn theorie herhaald dat het graf van Toetanchamon eigenlijk onderdeel is van een groter graf gewijd aan Nefertiti. Onder de cartouches (koningsnamen) die aangeven hoe Toetanchamon begraven werd door Ay ziet hij sporen van de cartouches van Toetanchamon die Nefertiti begroef. Op de hoge resolutie 3D scans door Factum Arte is dit echter niet te zien. Reeves zal zijn theorie verder uit de doeken doen in de nieuwe editie van zijn boek The Complete Tutankhamun, dat eind oktober uitkomt.

De beschildering en 3D scan van de cartouches van Toetanchamon (© Factum Foundation)

Piramidebouw

Het is nog steeds een raadsel. Hoe verplaatsten de oude Egyptenaren zware blokken kalksteen bij de bouw van de piramides van Giza? Olaf Kaper, professor Egyptologie in Leiden, gaf daar deze week een interessante lezing over. We weten wel wat over de piramidebouw, maar nog lang niet alles. Kalkstenen blokken kwamen uit steengroeves bij Tura op de oostoever van de Nijl, gereedschap zoals schaven en beitels werden gemaakt van koper dat in de Sinai werd gedolven. We weten dat tempels, kleine piramides en mastabagraven werden gebouwd met behulp van hellingen, die bijvoorbeeld ook zijn teruggevonden bij de calcietgroeve van Hatnub. De helling had hier een glad gedeelte in het midden met een trap aan de buitenzijde (zoals ook bekend van tempeltrappen), en houten palen waar men touwen omheen kon slaan om zo meer kracht uit te oefenen bij het naar boven slepen van stenen.

De helling bij Hatnub (© Yannis Gourdon/IFAO)

Maar werden hellingen ook gebruikt bij de bouw van de grote piramides van Khufu en Khafre? Herodotus sprak van zogenaamde ‘instrumenten’ die de blokken naar boven takelden. Olaf demonstreerde vervolgens de werking van een ‘kantelliftkooi’ ontworpen door Bernard Mullers, die op een veilige, simpele manier blokken op een hoger niveau kan tillen. Nadeel is wel dat hiervoor veel hout nodig is (geïmporteerde Libanonceders) en dat dergelijke kooien niet zijn teruggevonden. Wel geeft het ons nieuwe ideeën om te zoeken naar oplossingen die de bouw van de Grote Piramide kunnen verklaren binnen een tijdsbestek van 20 jaar (de regeringsperiode van Khufu).

Het kantelapparaat lijkt op de tweepotige masten van Egyptische boten uit die tijd (graf van Kaiemankh, G4561)

Een ander onderdeel van de piramidebouw is de aanvoer van stenen blokken naar de bouwplaats. Een nieuwe studie levert bewijs voor een tak van de Nijl (de zogenaamde Khufu-tak), die werd gebruikt om stenen per schip tot aan de haven aan de voet van het Giza-plateau te transporteren. Door middel van grondboringen kwam men erachter dat het klimaat ten tijde van de piramidebouw aanzienlijk beter was: pollensoorten van 60 plantensoorten kwamen tevoorschijn, die de overgang laten zien van land- naar moeras- en waterplanten. Hoewel de waterstand van de Nijl al sinds 3500 v.Chr. aan het dalen was, was de overstroming tijdens de regeringsperiodes van Khufu en Khafre (rond 2500 v.Chr.) nog hoog genoeg om bouwmateriaal rechtstreeks tot aan het plateau te vervoeren.

Meer over landschap en klimaat in het oude Egypte leest u binnenkort in Phoenix!

De Khufu-Nijlarm (© Alex Boersma/PNAS)

Graafprojecten

Verder is het graafseizoen in Egypte weer begonnen en zijn veel archeologische teams aan het werk gegaan. Zo vond de Egyptische missie in Saqqara potten met ‘halloumi-kaas’. Tijdens eerdere seizoenen werd het graf van Wahty gevonden en een grote verzameling kisten en houten beelden.

Ook de Leidse-Turijnse opgraving in Saqqara is van start gegaan. Online kunt u hun avonturen volgen in het digging diary.

Wilt u mee naar Luxor om daar de opgraving van Thebaans graf 45 door Carina van den Hoven te bezoeken? Dat kan! Op onze komende reis krijgt u een unieke inkijk in het project en steunt u tevens de opgraving (bezoek aan het graf onder voorbehoud).

Wat schuilt er achter de deur van dit graf? (© TT45 Project)

Pagina 1 van 33

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén